The Raven (Edgar Allan Poe)

Houtsnedes:  Gustave Doré 

"The Raven" is een gedicht  van de negentiende-eeuwse Amerikaanse schrijver en dichter Edgar Allan Poe (1809-1849). Het is een gedicht uit het "gotische genre".

Gustave Doré (1832-1883) was een van de kunstenaars die het inmiddels klassiek geworden gedicht illustreerde. Doré heeft niet veel gehad aan de rijkelijk van zijn illustraties voorziene uitgave van "The Raven". Het werd gepubliceerd één jaar na zijn dood.

In de negentiende eeuw vielen veel "heilige huisjes" om. De industriële revolutie kwam op. 

Mensen trokken de steden in. Londen en Parijs barstten uit hun voegen, zoals ook een aantal steden in het "beloofde land" Amerika. Slechte hygiënische omstandigheden. Goede sanitaire voorzieningen waren nauwelijks aanwezig (zeker niet voor de arme burgerij) . Dit maakte dat velen jong stierven.

Sloppenwijken..

Armoede

Mensen dicht op elkaar gepakt...

Vies, dood en verderf

Cholera, pokken, mazelen, geslachtsziekten zoals syfilis...

Oude ambachten verdwenen. 

Werkloos of bijna dag en nacht werken in een stinkende fabriek

Niets leek meer zeker...

De wetenschap maakte zich meer en meer los van de kerkelijke doctrine…

Het gegeven dat levensvormen zich niet ongebreideld kunnen voortplanten werd Charles Darwin (1809-1882) o.a. duidelijk na het lezen van "An Essay on the Principle of Population" van econoom/demograaf Thomas Malthus (1766-1834). Malthus stelde in zijn essay dat als (bij mensen) bevolkingsgroei steeds maar blijft doorgaan, de beschikbare middelen op zullen raken waardoor velen de hongerdood zullen sterven. In 1859 kwam Charles Darwin met een wetenschappelijk uitgewerkte theorie over het ontstaan van soorten, - de evolutietheorie… Voor hem waren er al anderen geweest die zich begonnen af te vragen waar leven nu eigenlijk vandaan kwam…Malthus' essay hielp Darwin om het principe van "Natuurlijke Selectie" te formuleren. Een mechanisme dat alle soorten levende wezens op Aarde doet ontstaan.

Tja…Hoe zit het dan met de mens? Er waren er die zich begonnen af te vragen of de mens wel van Adam en Eva afstamde… Wat als….Velen konden of durfden zich die vraag in de toen vrome Christelijk Westerse samenleving niet te stellen.

Elektriciteit deed haar intrede… Het begon erop te lijken dat hiermee de doden weer opgewekt zouden kunnen worden…In 1780 liet Luigi Galvani met elektriciteit een poot van een dode kikker bewegen… Galvanisme heeft Mary Shelley hoogstwaarschijnlijk  geïnspireerd haar meesterwerk "Frankenstein; or, The Modern Prometheus" te schrijven. Eveneens een gotisch werk. Bram Stoker kwam aan het einde van die eeuw met "Dracula" waarin de dood - of het leven na de dood (de vampier als "levende dode") - een hoofdrol speelt.

De uitvinding van telegrafie maakte dat berichten (telegrammen) over grote afstanden door een koperdraadje verzonden konden worden… .

Het KAN zijn, is niet zeker, dat de uitvinding van de telegrafie er mede de oorzaak van is geweest dat daardoor mensen gingen denken dat het mogelijk moest zijn met "geesten" contact te zoeken. Toen telegrafie als communicatiemiddel z'n intrede deed begon namelijk ook het spiritisme, toen "spiritualisme" genoemd, op te komen . 

"Boodschappen" van "gene zijde". Als "de ziel" een op zichzelf staande entiteit is, wat al sinds Plato wordt beweert (en zo o.a. in het Christendom is terecht gekomen), moet je er toch mee kunnen praten… Zelfs de beroemde auteur van de verhalen van Sherlock Holmes, Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930), probeerde via diverse mediums "contact te zoeken" met overleden familieleden. 

Niet alleen maar "bidden" vóór, - maar "een conversatie" mét de overledene.

Wanhoop en hoop…

Dore raven shadow2

De dood is het einde van het bestaan. Houdt het leven op, dan houdt het bestaan op. Dat "hierna" een verder voortbestaan is lijkt me niet waarschijnlijk. Verhalen die anderszins doen vermoeden komen m.i. uit het rijk der fabelen. 

Dat brengt me tot "De Raaf", mijn Avatar. De boodschapper die slechts "NIMMERMEER" ("NEVERMORE") zegt tegen de "ik-figuur" in het gedicht "The Raven". 

"Leeft mijn overleden geliefde Lenore nog voort na de dood?" - "Laat het me alsjeblieft weten!"… 

"NIMMERMEER!" krast de Raaf.

"Is er leven na de dood?"

"NIMMERMEER!"

(Raven zijn "nabootsers" die je net als Papegaaien of Beo's kunt leren praten, dus wie weet hebben we het - in dit betreffend gedicht - te maken met een ontsnapte vogel die slechts "NEVERMORE" kan zeggen omdat 'ie niet anders heeft geleerd… maar goed… misschien vul ik, nuchter als ik ben, het teveel in met mijn eigen vooronderstellingen…)

Het gedicht "The Raven" van Poe is een mooie metafoor. Uit het rijk der doden komt niemand terug.

'Vainly I had sought to borrow from my books surcease of sorrow - sorrow for the lost Lenore...'

De Raaf mijn Avatar! "We are Brothers in Arms". Draag 'm op mijn schouders mee. De meeste mensen durven het beest niet aan te spreken.

Die enge zwarte vogel.

Ze vluchten in "geloof" of "bijgeloof" (met alle toeters en bellen die je daarbij worden aangepraat).

Deze mensen kunnen de Raaf niet aan.

Negeren deze vogel. Bang als ze zijn.

Er is leven VOOR de dood! Geniet ervan zolang het kan!

Op bijgaande video wordt "The Raven" voorgedragen door acteur John de Lancie (vroeger vooral bekend als "Q" in de TV-serie Star Trek). De Lancie doet me in bijgaande denken aan de illustere "Walter de Rochebrune" (zoals jaren geleden vertolkt door Wim de Bie in "Kees van Koten & Wim de Bie"). Prachtig!

Onder betreffende video heb ik dat roemruchte gedicht van Poe gezet.

JUR RAVEN B


Edgar Allan Poe - The Raven


Once upon a midnight dreary, while I pondered, weak and weary, 

Over many a quaint and curious volume of forgotten lore, 

While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping, 

As of some one gently rapping, rapping at my chamber door. 

"'Tis some visitor," I muttered, "tapping at my chamber door - 

Only this, and nothing more." 


Ah, distinctly I remember it was in the bleak December, 

And each separate dying ember wrought its ghost upon the floor. 

Eagerly I wished the morrow; - vainly I had sought to borrow 

From my books surcease of sorrow - sorrow for the lost Lenore - 

For the rare and radiant maiden whom the angels name Lenore - 

Nameless here for evermore. 


And the silken sad uncertain rustling of each purple curtain 

Thrilled me - filled me with fantastic terrors never felt before; 

So that now, to still the beating of my heart, I stood repeating, 

"'Tis some visitor entreating entrance at my chamber door - 

Some late visitor entreating entrance at my chamber door; - 

This it is, and nothing more." 


Presently my soul grew stronger; hesitating then no longer, 

"Sir," said I, "or Madam, truly your forgiveness I implore; 

But the fact is I was napping, and so gently you came rapping, 

And so faintly you came tapping, tapping at my chamber door, 

That I scarce was sure I heard you"- here I opened wide the door; - 

Darkness there, and nothing more. 


Deep into that darkness peering, long I stood there wondering, fearing, 

Doubting, dreaming dreams no mortals ever dared to dream before; 

But the silence was unbroken, and the stillness gave no token, 

And the only word there spoken was the whispered word, "Lenore?" 

This I whispered, and an echo murmured back the word, "Lenore!" - 

Merely this, and nothing more. 


Back into the chamber turning, all my soul within me burning, 

Soon again I heard a tapping somewhat louder than before. 

"Surely," said I, "surely that is something at my window lattice: 

Let me see, then, what thereat is, and this mystery explore - 

Let my heart be still a moment and this mystery explore; - 

'Tis the wind and nothing more." 


Open here I flung the shutter, when, with many a flirt and flutter, 

In there stepped a stately raven of the saintly days of yore; 

Not the least obeisance made he; not a minute stopped or stayed he; 

But, with mien of lord or lady, perched above my chamber door - 

Perched upon a bust of Pallas just above my chamber door - 

Perched, and sat, and nothing more. 


Then this ebony bird beguiling my sad fancy into smiling, 

By the grave and stern decorum of the countenance it wore. 

"Though thy crest be shorn and shaven, thou," I said, "art sure no craven, 

Ghastly grim and ancient raven wandering from the Nightly shore - 

Tell me what thy lordly name is on the Night's Plutonian shore!" 

Quoth the Raven, "Nevermore." 


Much I marvelled this ungainly fowl to hear discourse so plainly, 

Though its answer little meaning- little relevancy bore; 

For we cannot help agreeing that no living human being 

Ever yet was blest with seeing bird above his chamber door - 

Bird or beast upon the sculptured bust above his chamber door, 

With such name as "Nevermore." 


But the raven, sitting lonely on the placid bust, spoke only 

That one word, as if his soul in that one word he did outpour. 

Nothing further then he uttered- not a feather then he fluttered - 

Till I scarcely more than muttered, "other friends have flown before - 

On the morrow he will leave me, as my hopes have flown before." 

Then the bird said, "Nevermore." 


Startled at the stillness broken by reply so aptly spoken, 

"Doubtless," said I, "what it utters is its only stock and store, 

Caught from some unhappy master whom unmerciful Disaster 

Followed fast and followed faster till his songs one burden bore - 

Till the dirges of his Hope that melancholy burden bore 

Of 'Never - nevermore'." 


But the Raven still beguiling all my fancy into smiling, 

Straight I wheeled a cushioned seat in front of bird, and bust and door; 

Then upon the velvet sinking, I betook myself to linking 

Fancy unto fancy, thinking what this ominous bird of yore - 

What this grim, ungainly, ghastly, gaunt and ominous bird of yore 

Meant in croaking "Nevermore." 


This I sat engaged in guessing, but no syllable expressing 

To the fowl whose fiery eyes now burned into my bosom's core; 

This and more I sat divining, with my head at ease reclining 

On the cushion's velvet lining that the lamplight gloated o'er, 

But whose velvet violet lining with the lamplight gloating o'er, 

She shall press, ah, nevermore! 


Then methought the air grew denser, perfumed from an unseen censer 

Swung by Seraphim whose footfalls tinkled on the tufted floor. 

"Wretch," I cried, "thy God hath lent thee - by these angels he hath sent thee 

Respite - respite and nepenthe, from thy memories of Lenore:

Quaff, oh quaff this kind nepenthe and forget this lost Lenore!" 

Quoth the Raven, "Nevermore." 


"Prophet!" said I, "thing of evil! - prophet still, if bird or devil! - 

Whether Tempter sent, or whether tempest tossed thee here ashore, 

Desolate yet all undaunted, on this desert land enchanted - 

On this home by horror haunted- tell me truly, I implore - 

Is there - is there balm in Gilead? - tell me - tell me, I implore!" 

Quoth the Raven, "Nevermore." 


"Prophet!" said I, "thing of evil - prophet still, if bird or devil! 

By that Heaven that bends above us - by that God we both adore - 

Tell this soul with sorrow laden if, within the distant Aidenn, 

It shall clasp a sainted maiden whom the angels name Lenore - 

Clasp a rare and radiant maiden whom the angels name Lenore." 

Quoth the Raven, "Nevermore." 


"Be that word our sign in parting, bird or fiend," I shrieked, upstarting - 

"Get thee back into the tempest and the Night's Plutonian shore! 

Leave no black plume as a token of that lie thy soul hath spoken! 

Leave my loneliness unbroken!- quit the bust above my door! 

Take thy beak from out my heart, and take thy form from off my door!" 

Quoth the Raven, "Nevermore." 


And the Raven, never flitting, still is sitting, still is sitting 

On the pallid bust of Pallas just above my chamber door; 

And his eyes have all the seeming of a demon's that is dreaming, 

And the lamplight o'er him streaming throws his shadow on the floor; 

And my soul from out that shadow that lies floating on the floor 

Shall be lifted - nevermore!

'And the Raven, never flitting, still is sitting…  On the bust of Pallas just above my chamber door…'


Tot slot een geluidsopname waarin Christopher Walken (acteur, bekend om zijn veelal creepy acteerstijl...) "The Raven" voordraagt, hier in video - Engels ondertiteld met illustraties van Gustave Doré : 


Webpagina waarop Nederlandse vertalingen van “The Raven” te lezen zijn: 

The House Of Usher - Translation of The Raven - Dutch


© Jur Kuipers 2013